Verhaal

Het verhaal van Grombel.

 

Hallo. Ik ben Grombel en ik ben boos. Elke dag schrijf ik in mijn dagboek maar geen enkele uitgever wil het produceren. Dus dien ik een klacht in! Dit kan echt niet!

Wie zijn jullie? Wie leest nu mij dagboek? Of wacht, ik vertel eerst wat over mezelf…

Hoi. Ik ben Grombel, een gewone man. Een gewoon huis. Een vrouw, twee kinderen. Werk. Alles wat je maar kan wensen. Ik had het goed. Temminste dat had ik…

Nu ben ik 98 en woon ik als kluizennaar in deze grot. En het dagboek is het enige wat ik mee heb kunnen nemen. Dit is zo’n beetje mijn verhaal:

 

Ik was met mijn vrouw en mijn kinderen buiten in de tuin. We zaten te lezen. Wij allemaal blij. Toen kwamen er soldaten, zeker 2.000 stuks. Ze schoten en schoten. Iedereen vluchtte weg. Ik had nog geroepen naar mijn vrouw en kinderen:’Ieder voor zich!’. En toen was het klaar. Vrouw dood, kinderen dood en ik alleen! Sindsdien woon ik dus hier, in Verweggistan. In een mooie grot. En die grot is helemaal van mij! Mhoehaha!

 

Ach, huil nou toch niet! Ik beleef heel veel avonturen in deze grot.

 

DAG 1:

Goedemorgen. Ik word net wakker uit mijn mooie bedje van stro en bladeren. Het is vandaag een lange dag. Morgen ben ik namelijk jarig. Dus ik moet nog heel erg veel doen.

  • Ramen lappen, of nee, die heb ik niet eens!
  • Meelwormstooftaart bakken.
  • Stoelen maken van takken.
  • Slapen
  • Rode bietensap met wortels prakken.
  • De koe melken.
  • En nog veel meer!

 

 

Dat moet ik dus vandaag doen. Laat ik is beginnen met ‘Meelwormstooftaart’ bakken. Weten jullie niet wat dat is? NEE? Nou, dat is een stooftaart van meelwormen. Erg lekker en gezond. Kijk, in het onderste kastje van links liggen de meelwormen. Een in het bovenste kastje van rechts de pannen. (Ik zal maar niet doorgaan over die meel wormentaart, dat is ranzig…)

Nu ziet mijn lijstje er dus zo uit:

  • Ramen lappen, of nee, die heb ik niet eens!
  • Meelwormstooftaart bakken.
  • Stoelen maken van takken.
  • Slapen
  • Rode bietensap met wortels prakken.
  • De koe melken.
  • En nog veel meer!

En zo streep ik dus de taart door. Nu moet ik stoelen maken van takken. Dat heb ik nog nooit gedaan, maar ja! Ik plukte dus een heleboel takken. 345, om precies te zijn. En daar probeerde ik stoelen van te maken. Ik dacht aan vroeger, toen speelde ik met mijn kinderen riddertje. En toen maakten we van takken zwaarden…

 

Alles mislukte. Ik zette zelfs nog heel even de takken in de vorm van een tipi, maar zelfs dat hielp niet! Toen gooide ik de takken maar op mijn kampvuur en pakte de kussens. Jammer dan, geen stoelen, wel kussens.

 

Nu ziet mijn lijstje er dus zo uit:

  • Ramen lappen, of nee, die heb ik niet eens!
  • Meelwormstooftaart bakken.
  • Stoelen maken van takken.
  • Slapen
  • Rode bietensap met wortels prakken.
  • De koe melken.
  • En nog veel meer!

 

Slapen, dat is nou makkelijk! Ik besloot het me makkelijk te maken en eens lekker te gaan liggen. Ik sliep een uur of twee en toen werd ik wakker. Er klonken voetstappen in mijn grot. Ik klom snel mijn bed uit om te kijken wat er aan de hand was.

Er stond daar dus een man. Ik schat zo’n 1,78 lang… (hé, dat rijmt!) En die zei tegen mij: ’Hallo ik ben van KPN en ik heb leuk nieuws.’

‘Wat dan?’, vroeg ik nieuwsgierig.

‘Iedere woonplaats krijgt van KPN gratis een WIFI dekking. Leuk toch? Waar kan ik de modem installeren?’

‘Modem???? Kan je dat eten?, vroeg ik.

‘Nee, dan heb je in jouw grot overal WIFI. Dat is internet en dat is weer handig als je via je computer iets wil kopen.’

‘Maar ik heb niet eens een computer!’, riep ik boos.

‘Die kan u bij ons voor maar 499,99 aanschaffen. Slaap er nog maar een nachtje over. Morgen kom ik wel weer terug!’

 

 

En nu is het dus al weer 5 uur. Ik laat mijn lijstje schieten en ik ga lekker dutten…

 

DAG 2:

 

Vandaag is het een mooie dag. IK BEN JARIG! Ik sta vroeg op en ik zet alles klaar. Daar zal de eerste gast al zijn. Ik hoor doffe voetstappen bij de trap. De eerste gast. Temminste dat dacht ik… Het was die man van KPN weer. Hoe brutaal. Snel pakte ik de Meelwormstooftaart uit de oven en ik gooide hem recht in z’n gezicht. BAF! Toen pakte ik rode verf, gooide het over hem heen en liet hem los bij de stier. Jullie hadden het motten zien. Lachen dat dat was. En toen bedacht ik met iets. Iets dat minder om te lachen was. De uitnodigingen! Ik was glad vergeten om mensen uit te nodigen voor mij super coole party! Dus krabbelde ik snel wat op een paar briefjes:’ Hoi ik ben Grombel en ik ben jarig. Zin om te komen? Ga naar de berggrot en neem een kussen en een cadeautje mee. – Hi I’m Grombel and I’m birthday. Want to come? Go to the mountain cave and take a pillow and a present’.

 

 

Van die briefjes maakte ik snel wat vliegtuigje en ik gooide ze weg. Ook belandde er per ongeluk een op de neus van de meneer die ik net had weggejaagd.

 

Ik ging maar eens een nieuwe Meelwormstooftaart bakken. Maar dan wel met 99 kaarsjes erop. Dat ging goed, alleen had ik geen kaarsjes. Wel had ik wat takjes. Zou ik daar niet wat mee kunnen? Zo gezegd, zo gedaan en ik prikte 99 takjes in de Meelwormstooftaart. En ik stak ze aan. Dat was een erg domme zet, want er klonk ineens een grote knal! BOEM!

Maar goed, ik zat dus onder de Meelwormstooftaart. En toen hoorde ik geklop op de wand van mijn grot. Het was boer Bierstra. Hij zei dat hij me een goede verjaardag zou toewensen. Ik zei dat hij mocht gaan zitten. En boer Bierstra vertelde me toen een verhaal:

’Het is een zonnige dag in Laketrouwn. Erg zonnig. Maar ja, wat verwacht je. Dit dorpje, midden in de grote woestijn heeft maar 20 inwoners. Al die inwoners worden gezocht door iemand. De politie, boze verloofden of woeste honden. Elke inwoner heeft zo zijn eigen verhaal. En al die verhalen komen samen in een café. ‘De Woeste Wildernis’, dat is dan ook meteen het enige grote gebouw. En als je in Laketrouwn wil komen, moet je naar de grote woestijn. Tenminste, dat DACHT je. Maar dat is zeker niet waar. Je moet zoeken naar de ‘weg is weg’ is vaak gezegd. Maar of dat waar is? NIEMAND weet het…

Klik, klak, klonk, klink, klak, klonk. ‘Ho paard, we zijn er, dit is de plek. Of plek kan je het niet noemen. Het is niet voor niets weg’, zegt Bram tegen zijn paard. ‘Hier moeten we in’. ‘Nou even hopen dat we welkom zijn.

‘Welkom?, natuurlijk!’ ‘Wie zei dat?’, zegt Bram. ‘Oh’, ‘Dat was ik, dorpbeheerder.’ Ik mag je welkom heten in de ‘weg is weg’! Zo, zegt Bram. Dat is al snel. ‘Zeker’, zegt de dorpbeheerder. Wil je mee naar café ‘De Woeste Wildernis’?

 

‘Goed, vertel je verhaal…’ ‘Nou, ik was dus van plan om met een zootje koffiekoppen naar Amerika verhuizen. Ik hoopte dat ik mijn koffiekoppen kan verkopen, dus ging ik naar een aannemer. Alleen die was het er niet mee eens. Hij vond het prutspul. Daarom werd ik eruit geschopt! Dus toen ging ik de koppen maar gewoon op straat verkopen. En dat ging me toch goed! Ik verkocht kop, na kop. Maar het probleem was…

En daar kwam toen opeens een politieagent. Nou, die was niet blij. Hij vroeg of ik een vergunning had. En ik zei natuurlijk nee. En toen werd hij boos hoor:

’Yes way Sir, how did you do that without permit? Would you like a fine or is it cups sell in the cell! Just say it!!’

Tja, en toen ben ik dus maar hier heen gekomen’, besloot hij z’n verhaal…’

 

‘Wat mooi’, zei ik.

‘Dat is mijn levensverhaal’, zegt boer Bierstra.

Wil je misschien wat Meelwormstooftaart? Hij is een beestje mislukt, maar toch goed te eten…’, vroeg ik.

‘Nee dankje, maar ik heb nog wel een klein cadeautje voor je meegebracht.’, zei boer Bierstra.

‘Wat dan?’, vroeg ik.

 

‘Maak het pakje maar open’, was het antwoord…

 

Ik maakte het pakje open en ik geloofde mijn eigen ogen niet! Het was een handboek. Met de titel:’De kunst van het vlechten met takken, voor beginners’. Natuurlijk bedankte ik voor het cadeautje en liet boer Bierstra uit.

 

Opnieuw hoorde ik geklop op de wand van mijn grot. Het was agent 005! Een oude vriend! Ook hij vertelt zijn verhaal…

De auto scheurt op de weg. 80 km, 90 km, 100 km, 120 km! Ik moet het echt wel even halen! Hé, politie. Maar het is al te laat. Van alle kanten komen wagens aanrijden! Ik kan maar één ding doen. En dat moet snel! Niemand mag er achterkomen wie ik ben… Nu! Dit is mijn kans. Ik scheur dwars door de open kring heen… Wat e piep! Daar zijn er nog meer! Hoe kom ik hier nou weer uit?

Enkele seconden later zat ik daar dan, diep in de nor. ‘Ik zie dit echt niet meer zitten’, dacht ik. Maar ik had het helemaal fout! Iemand zou me gaan redden… toen wist ik echter nog van niets. Ik zat daar alleen maar, met een oud hompje brood en een miezerig glaasje water. ‘Ik ga hier we hele leven vastzitten, dat weet ik heel zeker’, dacht ik. Toen opeens, heel onverwachts. Een verduistering… zoeklichten… en het geluid van een grote helikopter!

‘Ze komen me redden!, eindelijk!’, zei ik. JA! ECHT! Maar wie zijn mijn redders eigenlijk? Ik ben zo gehaat dat niemand met aardig kan gaan vinden. Als ze mijn naam horen krimpen ze al in elkaar, zien ze mijn gezicht rennen ze vast weg en wie mijn huid voelt is opslag dood. Wie kan het dan zijn?

Ik ga ervoor, ik sta op en… opeens zie ik wie mijn redder is! De kerstman! Maar wacht eens, hij heeft nog twee mensen bij zich. Even inzoomen met mijn camera… het zijn sinterklaas een de paashaas! Wat een trio. Maar dan alsnog, waarom gaat hij mij nou redden?

Toen hoorde ik opeens de vertrouwde stem. Die van de kerstman! Dit is ongeveer wat hij zij:’Hallo agent 005. Zit je een beetje in de penarie?’ ‘Ja, natuurlijk! En ik moet er niet aan denken dat de geheimendienst agent 006 gaat gebruiken!’, was daarop mijn antwoord.

Toen we met z’n alle buiten stonden zij ik dan maar even dit:’Wauw! Waarom hebben jullie mij gered?’’Nou dat is toch simpel!’,zei de paashaas. ‘Wacht maar, ik leg het hem wel uit. Jullie kunnen er toch niets van…!’, zei sinterklaas.

‘Ho! Wat staan jullie nou te kibbelen? Kerstman leg jij eventjes uit.’, zei ik. ‘Goed, ik begin heel lang geleden’, zegt de kerstman. ‘Het was een 4 december 2001, iedereen zat lekker voor de haard. Behalve wij. Wij waren druk in de weer met pakjes, eieren en kerstballen, want wij moesten gewoon werken. En toen…

Lag er opeens een grote brief op de deurmat. Bij ons allemaal en precies te gelijk. Dit vonden we nog al vreemd. Dus belde ik de paashaas op en die gaf sinterklaas even een seintje. Toen kwamen we in mijn hol naar elkaar toe. En precies te gelijk lazen we de brief:

BESTE PAASHAAS, KERSTMAN EN SINTERKLAAS.

JULLIE TIJD IS VOORBIJ. OP PRECIES 5 DECEMBER 2013 ZULLEN JULLIE FEESTEN HELAAS NIET MEER BESTAAN. IK, DE FOUTE AGENT 006 GA NAMELIJK ALLES OPBLAZEN…

WAS GETEKEND,

DE FOUTE 006.

P.S. SUCCES BIJ HET VINDEN VAN NIEUW WERK!!

En zoals je begrijpt, wij kunnen niets doen. Iedereen zal ons voor gek verklaren! Daarom hebben we jaren gewacht met het kiezen van een geschikte kandidaat. En die hebben we zo juist gevonden!’, besloot de kerstman zijn verhaal…

‘Ik wist het! Die 006 was fout!’, zei ik. ‘Dus help je ons?’, vroeg de paashaas. Natuurlijk! Ik ga er nu echt voor…

En ook agent 005 vertrok. En toen hoorde ik weer iets. Het was Jaap met zijn schaap! Dat is leuk zeg! Hallo, hoe gaat het! Zo, Jaap heeft iets meegebracht! Een boek! Hij heeft een boek geschreven over zijn avonturen. Wacht. Ik lees het eerste hoofdstuk voor:

 

Hoofdstuk 1: Jaap is weg.

Er was eens een boer en een kaal schaap. De boer heette Jaap en het schaap heette Gaap. Ze vonden het maar saai, dus gingen ze op avontuur. Ze kwamen bij een boerderij en die was te koop! Ze gingen de boerderij kopen, voor €91.034 heel goedkoop toch? Nu gaan ze naar binnen! Wat is het groot! Ja heel groot zo groot als een flat! En wat veel schapen! Wel 1000 en 80 koeien en 1000 kippen, maar helaas, maar één zieke geit. De boer wou de koeien melken, maar…

… ze liepen weg! Toen ging hij naar de kippen in de schuur. De schuur was donker en nat. Er zaten scheuren in de muren. De boer zag een schim en een eng spook! De boer zag bijna alles behalve kippen. Hij hoorde iets kraken en iets sissen. BAF BENG KNAL BOEM het plafond stort in!

Even later komt de boer hijgend en puffend het puin uit! Waar zijn nou de kippen? Vraagt hij zich af. Er was ook al wat mis met de koeien. Zou er ook iets misgaan bij de schapen of de geit? De boer is doodop. Hij gaat slapen, maar waar is zijn bed? Niet in de stallen. Niet in de kamers. Niet op zolder. De boer kijkt uit het raam. Wat ziet hij daar?

Zijn bed! Nat van de regen. Hij dacht: dat bed is vies! Ik koop wel een nieuw bed, want ik ben toch best rijk! Morgen ga ik wel naar de winkel, om een bed te kopen. Het was al gauw morgen en de boer ging naar de stad. Hij zag 10 kledingwinkels, 110 bakkers, 1 HEMA, 2 computerwinkels en één meubelmaker. Hij ging een computerwinkel in. Wat zag hij daar?

 

Één hele mooie computer. Die koop ik zegt hij hardop. Laat dat bed maar zitten denkt de boer. Ik ga naar huis. Thuisgekomen pakt hij de computer uit en gaat hij op internet dingen opzoeken. Hij zoekt op: http://stach.webklik.nl/page/gastenboek en hij typt een bericht in het gastenboek. Geloof je mij niet kijk dan zelf maar!

Nu vond de boer dat er weer voor de dieren moest worden gezorgd. Dus ging de boer weer aan het werk. Hij ging al het werk wat niet af was, doen. Toen wist hij het zeker. Hij ging met Gaap verhuizen. Dus ging hij met zijn schaap naar een makelaar en daar kocht hij een villa met de naam: Villa de Bontekoe. Jaap en Gaap gingen daar wonen. Op een dag ging Jaap naar de markt en Gaap bleef alleen thuis. De boer kocht fruit, groenten, aardappelen, vlees en vis. Ondertussen zat Gaap in de wei die bij de villa hoorde lekker te slapen. Het werd al donker en Jaap was nog niet terug. Wat zou er zijn? Vraagt Gaap zich af.

Het was al laat wist Gaap, toen hoorde hij: ding dong bang bing bong dong pong. Acht uur alweer! En nog is Jaap niet terug. Morgen ga ik Jaap zoeken denkt Gaap, maar nu ga ik slapen zegt Gaap hardop. Even later valt Gaap vredig in slaap. Ondertussen is het al 12 uur en Jaap is er nog steeds niet! Intussen zit Jaap in een gevangenis. Hij is namelijk gepakt door de koning van Japan (Aldino), want…

… Japan moest honderdduizend slaven hebben, want Japan wou oorlog voeren tegen: Nederland, China, Rusland en Amerika (dit wist Jaap niet, want toen hij gevangen werd kreeg hij een blinddoek om). Gaap was wakker geworden. Hij at wat gras, toen keek hij nog even of Jaap niet in de villa was, maar hij was er niet. Dus vertrok Gaap. De eerste duizend kilometer rende hij aan een stuk door naar Duitsland. De tweede duizend kilometer liep hij aan een stuk door tot in Polen, toen liep hij vijfhonderdduizend kilometer tot aan Mongolië, toen nog vijftienduizend kilometer tot Zuid-Korea, toen met de boot naar Japan. Aangekomen rust Gaap wat uit en gaat op weg naar…

… Osaka. Daar vond Gaap niets. Dus op weg naar: Yokohama… Weer niks. Nu naar: Kobe… Ook niets! Nu gaat Gaap naar: Tokyo (hoofdstad van Japan), daar gaat hij naar Aldino (de koning van Japan) en vraagt waar is mijn meester? De koning antwoordde: in China. Oké zei Gaap dan ga ik naar China. Dus ging Gaap met de boot naar China. Daar ging hij naar de steden: Hongkong, Shanghai, Kanton, Harbin en Wehang. Daar vond hij niets. Dus besloot hij dat hij terug naar Japan ging. Dus weer op de boot zucht Gaap.

Hé Jaap, ik vind dat je nog wel even mag letten op komma’s enzo, maar het ziet er goed uit! Ik ga nu maar slapen, want ik ben best moe…

 

DAG 3:

Ik sta op uit mijn bed en ik merk meteen dat het een bijzondere dag is. Het sneeuwt! Eindelijk na al die jaren valt er nu weer een sneeuw om mijn berg. Ik besloot dus om er gebruik van te maken. Ik pakte mijn oude ski’s van zolder en ik klom naar de top van de berg. Ik deed mijn ski’s aan een ik daalde af naar beneden. Dat ging niet goed! Ik wist niet meer hoe ik moest remmen! En BAF! Ik knalde vol tegen het hek van de stier. En mijn ski’s, die waren rood…

Ik maakte me snel uit de voeten en ik heb me voorgenomen om de komende honderd jaar niet meer te gaan skiën.

Ik heb mijn pols gebroken dus ik denk dat ik voorlopig niet kan schrijven…

 

[HIER VOLGEN EEN HELE HOOP LEGE PAGINA’S]

 

DAG 67:

 

Eindelijk is mijn pols uit het moddergips! Ik kan niet wachten om weer te gaan schrijven!

Met de stier is het trouwens niet goed afgelopen. Ik heb hem meteen laten doden en die avond at ik heerlijk stierenvlees. De botten van de stier kon ik helaas niet gebruiken. Ik besloot ze te verkopen in de stad. Van dat geld kocht ik een nieuw huisdier. De lege plek om mijn berg kon ik anders niet leeg laten! En nu staat daar dus een grote boom. Met een luiaard erin! En mijn nieuwe motto is dus nu:’Liever lui dan moe!’

Ook heb ik nog een liedje geschreven:

O, stier.
Dit gaat niet goed.
Als je maar weet wat je doet.
Of het is gedaan met je ondergoed!

Nu lig je op mijn bord.
En ik eet je op.
MMM…

 

DAG 68:

 

Ik was vandaag al vroeg op. Ik werd wakker doordat ik iets kleverigs voelde. Het was de tong van de luiaard! Dat beest wilde voer. Dat was ik gisteren vergeten! Ik pakte dus gauw het voer. Maar voor dat ik de luiaard terug in zijn hok had kunnen doen, heeft hij al een hap van mijn Meelwormstooftaart op! Dat is niet zo mooi. Mijn hele ontbijt eraan. Dan moet ik het dus weer doen met zo’n **SUPERPRO DIEPVRIESMAALTIJD**!

Die morgen at ik dus **SUPERPRO DIEPVRIESMAALTIJD**. Gelukkig had ik voor de lunch en voor het diner nog wat Meelwormstooftaart over. Ik besloot er net een hap van te nemen. Opeens hoorde ik een fluit.

Ik was nieuwsgierig. Wat zou dat zijn? Ik liep maar eens naar buiten en ik zag een Arabische sjeik. Hij was op een fluit aan het spelen. Voor hem stond een rieten mand. De deksel van de mand ging omhoog en er kwam een slang uit! Ik keek nog eens, voorzichtig om het hoekje. Hij heeft me gezien! O HELP! Bel het leger, de politie, de brandweer. HELP! Ik was net van de schik bekomen toen de Arabische sjeik naar me toe kwam. Hij zei:’ هل أنت بخير؟’. Ik vroeg me af wat dat betekende. Dus pakte ik mijn Arabisch-Nederlands woordenboek erbij!

 

Dit is wat daar stond:

هل أنت بخير؟  ; Gaat het wel?
Mogelijk antwoord:
سارت الامور بشكل جيد جدا ; Het gaat goed.

 

Ik zei dus braaf dat ‘Mogelijk antwoord’. En toen ging hij weg! Arabisch is vast een klanktaal…  

 

DAG 69:

Vandaag is mijn jaarlijkse wasdag. Ik ging naar de rivier. Het water kolkte en bruiste. De stroming was erg sterk. Ik stapte met een voet in de rivier. Koud! Nog een voet dan maar. En zo waadde ik in de rivier. Whap! Een grote golf. Ik werd meegesleurd door de rivier. Snel pakte ik me vast aan een boomstam en ik trok me op.

Ik had gewoon een kano! En wat voor een. Later bedacht ik me dat dit vreselijk kon aflopen. Ik zag een flesje drijven. Spannend! Wat zal daar inzitten? Is het misschien hulp? Maar nee, echt niet. Dit kan je geen hulp noemen:

‘De volgende keer dat u deze fles openmaakt, zorg dan dat hij vol zit met RucoCola.’

Dat vind ik nou echt flauw. Je komt die reclame werkelijk overal tegen.

Ik zag prachtige lucht, vogels en nog veel meer. Ik vaarde hard. Ik hoorde een vreemd geluid. Alsof er een grote waaaaaaaaaaaaaaaaaa…

Goed, dat was dus niet zo slim. Met een enorme vaart denderde ik de waterval af. Ik kwam behoorlijk pijnlijk neer. Toen ik weer bij bewustzijn was, kwam ik ergens achter. Ik lag op een soort bank. Een grote leren. En ik had een ijszak op m’n hoofd. Een vriendelijk gezicht lachte me toe. ‘Je hebt een flinke smak gemaakt’, zei hij. Dat had ik al wel begrepen…

‘Ik ben James’, zei het gezicht. En je bent nu in Nederland. Ik keek om me heen. Alles was wit, witte bedden, witte muren en zelfs witte gordijnen. Behalve het vriendelijke hoofd, dat me aanstaarde. Nee, integendeel! Ik zag een ruige bos haar. Knaloranje, zo erg dat je er bijna hoofdpijn van zult krijgen.

Ik besloot wat meer informatie over die James op te vragen. Het viel me vooral op dat hij een vreemde tic had. Hij wist niet dat ‘gedacht’ het deelwoord van denken was. Daarom zei hij steeds:’gedenkt’. Maar goed, ik stoorde me er maar niet aan.  

James vroeg of ik mee naar de woonkamer wilde gaan. En in de woonkamer hingen grote foto’s van de familie van James.

Ik kreeg meteen een kopje thee aangeboden van de moeder van James. Maar ik weigerde. Ik zei dat ik weer verder wilde. En zo liep ik dus naar het reisbureau en ik kocht een vliegticket naar Tasmanië. Daar wilde ik altijd al heen.

En nu zit ik dus in een vliegtuig. De reis zal een dag en twee uur duren. Ik bestelde een dubbele cola en ik keek uit het raam.

Het is avond en ik ga wat eten. Ik vroeg om de menukaart. Jammer genoeg stond er geen Meelwormstooftaart op…

Toen Grombel aan was gekomen in Tasmanië, besefte hij dat hij zijn dagboek in het vliegtuig had laten liggen. Dat was jammer.

En zo kwam ik, Stach aan het verhaal. Ik zat in een vliegtuig en voelde iets hards onder mijn stoel. Het was een leren boekje!

Ik zocht me rot naar die Grombel, maar ik kon hem niet vinden. Later hoorde ik dat hij gelukkig was in Tasmanië.

Dit is het eind van dit verhaal, en ook meteen het eind van de verhalen op de site. Ik wil me in het vervolg alleen nog gaan richten op het bloggen…

Share

Eén gedachte over “Verhaal”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *