Met deze twee argumenten win je ieder debat!

Leestijd: < 1 minuut

 

Of je het nu leuk vindt of niet, debatteren is belangrijk. Bij Nederlands krijg je er natuurlijk een cijfer voor, maar ook in het dagelijks leven komen discussies vaker voor dan je denkt: ‘hoe lang mag ik blijven op dat feestje?’ ‘Welke film gaan we bekijken en hebben we daar snacks bij?’ De meeste debatten win je alleen met sterke argumenten. In deze blogpost geef ik je twee argumenten waarmee je ieder debat kunt winnen…

Lees het hele artikel op Scholieren.com.

Share

Mailtjes met uitroeptekens – column #20

Leestijd: 2 minuten

Sinds docenten het ‘hogeprioriteitsuitroepteken‘ (dat rode ding) hebben ontdekt, kunnen ze er geen genoeg van krijgen. Hieronder zie je de laatste vijf mailtjes die via Magister zijn verstuurd. Kijk ook even naar de hoeveelheid uitroeptekens: dat is toch niet meer normaal…

Allereerst: ik vermoed dat docenten denken dat mailtjes met een rood uitroepteken sneller worden geopend. Niets is minder waar. Uitroeptekens zorgen niet voor bijzondere meldingen of pop-ups. Hoe snel een mailtje wordt gelezen, is compleet afhankelijk van de frequentie waarmee de ontvanger zijn e-mail checkt.

Ten tweede: als iedereen uitroeptekens aan mailtjes blijft toevoegen, verliest het uitroepteken zijn ‘let op!’-functie. Zoals je aan mijn ontvangen mailtjes kunt zien: vier docenten, van de vijf, vinden dat hun berichten de hoogste prioriteit hebben. Als iedereen dat denkt, heeft het uitroepteken over een paar maanden geen waarde meer. Ontvanger zullen er niet eens meer naar kijken.

En als je denkt dat dit alleen bij schoolmail voorkomt, heb je het mis. Ook in Gmail zitten prioriteitsfuncties ingebouwd: het gebruik van meerdere inboxen, of de gele pijltjes die ‘volgens de magische formules van Google’ kunnen zien of een mailtje belangrijk is. Overigens, in de praktijk markeren ze bijna ieder mailtje als ‘belangrijk’.

Dus: stop alsjeblieft met de uitroeptekens, tenzij het echt héél belangrijk is. En vergeet niet dat je bij dringende zaken altijd een belletje kunt plegen…


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share

Verdraaide cijfertjes – column #19

Leestijd: 2 minuten

Het gebruik van cijfers lijkt tegenwoordig de normaalste gang van zaken als je een debat of een discussie wil winnen. In Den Haag gooien ze elkaar dood met getallen en grafieken. Zijn die data wel zuiver? Vandaag neem ik je mee in de wereld van de verdraaide cijfertjes…

Allereerst: een cijfertje is een ontzettend sterk argument. Als je een betrouwbaar onderzoeksbureau kiest, zal niemand je vertellen dat je cijfertje niet klopt. Toch kun je een getal erger of minder erg laten ‘klinken’. Hoe? Zo:

“100.000 Nederlanders lijden aan suikerziekte. Er moet meer geld voor onderzoek komen.”
“0,6% van de Nederlanders lijdt aan suikerziekte. Meer geld is absoluut niet nodig.”

Door het ‘groot klinkende’ getal om te zetten naar een percentage, lijkt het opeens niet meer zoveel. De laatste tijd wordt dit steeds vaker gebruikt. Super irritant, tegenwoordig ben ik achterdochtig bij ieder cijfertje. Ik kijk daarom altijd naar het grotere geheel: wat betekent dat cijfertje nu écht?

Het ‘anders noemen van getallen‘ is niet het enige waar ik me aan erger. Vertekenende grafieken zijn een veel groter probleem…

Neem deze grafiek: groot verschil tussen 2018 en 2019, nietwaar?

Nee dus.

In werkelijkheid hoort bij 2018 de waarde 200.000 en bij 2019 de waarde 201.000. Dat is bijna geen verschil, maar toch doet de grafiek alsof de sprong gigantisch is.

Hoe komt dat?

De y-as begint niet bij nul. Daardoor mis je het hele totaalbeeld. Dit is een correcte grafiek van de situatie:

Hebben mensen dit soort trucs dan echt nodig om hun gelijk te krijgen? Waar is het zuivere debat gebleven?

Tot slot: natuurlijk begrijp ik dat cijfers onmisbaar en essentieel zijn voor het debat. Maar gebruik ze met mate en gebruik ze vooral goed. Een zuiver debat is immers het belangrijkste dat er is…


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share

Buienradars helpen je van de regen in de drup – column #18

Leestijd: 2 minuten

Het is slecht weer: ieder uur minstens drie buien, het waait en het is ijskoud. Terwijl het miezert, bedenk ik dat ik over één uur een belangrijke afspraak hebt. Ik wil écht niet drijfnat bij de afspraak aankomen en dus check ik een buienradar. De site vertelt me ‘dat het over vijftien minuten droog is’…

Maar vijftien minuten later regent het nog harder. Als ik nu niet wegga, kom ik te laat. Op de fiets vervloek ik de buienradar: “Waarom kan dat stomme ding nooit eens fatsoenlijk het weer voorspellen?”

Ik ben absoluut niet de enige met dit probleem. Volgens de zoekresultaten in Google vragen ten minste 111.000 mensen zich af ‘waarom de buienradar niet klopt’. Ik geef ze volkomen gelijk: als het bij mij regent, zegt de buienradar dat het droog is en andersom.

De grootste buienradar van Nederland, Buienradar.nl, geeft uitleg over de correctheid van de radar:

Ondanks de grote hoeveelheid jargon snap ik het artikel wel: ze geven toe dat hun voorspellingen niet altijd accuraat zijn. Best raar: dagelijks vertrouwen miljoenen mensen op buienradars, maar eigenlijk geven de radars zélf toe dat ze helemaal niet goed werken…

Ik snap dat niet iedere bui precies te voorspellen valt, maar de buienradars zitten er wel erg vaak naast. Misschien moeten we, in dit geval, de technologie aan de kant schuiven en vertrouwen op onze eigen ogen. Kijk de volgende keer dat je naar buiten moet omhoog in plaats van op je schermpje!


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share