Vuurwerk: best gekke traditie eigenlijk – column #26

Leestijd: 2 minuten

Vroeger een methode om boze geesten te verdringen, nu een smoes om de innerlijke pyromaan in je naar buiten te laten treden. Ik heb het natuurlijk over gillende keukenmeiden, rokende rotjes en peperdure potten. Als je erover nadenkt, is vuurwerk best een gekke traditie…

“Nederlanders knallen voor 70 miljoen euro aan vuurwerk de lucht in”, was de kop van De Volkskrant op 31 december 2018. De precieze cijfers van 2019 zijn nog niet bekend, maar afgelopen jaarwisseling zaten we, volgens schattingen, zeker boven de 77 miljoen. Voor 35 euro koop je tegenwoordig best een leuk vuurwerkje. Je steekt het af, kijkt naar boven, en geniet hoe in twintig seconden letterlijk en figuurlijk je geld wordt verbrand. Leuk? Naar mijn mening pure geldverspilling!

Als de klok twaalf uur slaat, geniet ik van de prachtige vuurzee die de hemel verlicht. Mijn liberalistische onderbuikgevoel knaagt: eigenlijk geniet ik van de buitensporige uitgaven van andere mensen, zonder dat ik daarvoor iets teruggeef. Voorstanders van vuurwerk zullen zeggen: “Dat is toch mooi? Dan kan iedereen feesten en van het vuurwerk genieten!” Ik vind het de definitie van het freeridersprincipe en daar ben ik stiekem behoorlijk tegen.

Bovendien weten we allemaal dat vuurwerk slecht is voor het milieu, de mens en de maatschappij. Kunnen we er niet gewoon allemaal mee stoppen? Boze geesten kun je immers ook verjagen op een tal van andere manieren (als ik de 84.300 resultaten op Google mag geloven).


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share