Het kan dus wel! – column #11

Leestijd: 2 minuten

Vorige week schreef ik over ergernissen bij de douane. Een oplettende lezer merkte op dat ik eigenlijk praatte over de ‘security check‘. In deze column zal ik braaf het beestje bij de naam noemen, al heb ik een hekel aan Engelse invloeden in het Nederlands

Twee dagen geleden vloog ik met het vliegtuig vanuit Reykjavik naar Amsterdam. Ik was voorbereid op het ergste: zeven bakjes, immens lange wachttijden en veel boze securitymedewerkers. Spoiler alert: het verliep anders dan gedacht.

Het begon met de beruchte bakjes. Deze keer had ik er drie nodig. Dat vind ik niet veel, gezien het feit dat ik reis met een kleine koffer, cameratas, en een laptop.

Het tweede positive punt: geen enkel bakje belandde op het ‘mogelijk gevaarlijk’-spoor. Geen gerommel in mijn tassen, geen fouillering,  geen gezeik.

De totale tijd?

Minder dan tien minuten.

Het kan dus wel!

Mijn vliegreis verliep steeds beter: in plaats van één klein, miezerig glaasje cola kreeg ik die dag maar liefst één heel blikje. Gratis en voor niets. En een uur laten kwamen de stewardessen ook nog eens langs met ‘free Icelandic water‘.

Het enige puntje van kritiek: je wordt slecht geïnformeerd. Er bleek een ‘technisch mankement’ te zijn dat heftig genoeg was om het taxiën af te breken en weer naar de luchthaven te rijden. Om vervolgens iets minder dan één uur stil te staan. Toen het was opgelost, werd nooit verteld wat voor ‘mankement’ het was. Een beetje transparantie naar je reizigers kan toch geen kwaad?


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share

Bestaat de douane alleen om burgers te pesten? – column #10

Leestijd: 2 minuten

Vorige week ging ik met het vliegtuig op reis. Vliegen is onlosmakelijk verbonden met de nummer één ergernis van ieder reizend mens: de douane. Het zal je ongetwijfeld niet verbazen als ik je vertel dat mijn bezoekje aan de douane een absolute nachtmerrie was…

Toen ik aan de beurt was, liep ik rustig naar de lopende band. Onderweg werd ik aangesproken door een douanebeambte: of ik ook mijn (berg)schoenen uit wilde doen. “Tuurlijk meneer”, antwoordde ik.

Aangekomen bij de bagageband, begon ik met het uitpakken van mijn koffertje. Volgens de vriendelijke, maar ook opdringerige beambte tegenover me, was het écht heel belangrijk dat ik mijn laptop in een apart bakje legde. Resultaat: halve koffer een zooitje.

Daarna zette ik mijn cameratas in een bakje. Ik haalde braaf mijn spiegelreflex uit de tas en plaatste deze in een apart bakje.

Douaneman: “Zitten er misschien ook lenzen in die tas?”
(een camera zonder lenzen, hmmm…)
Ik:  Ja meneer, er zitten ook lenzen in die tas (lichtelijk gefrustreerd).
Douaneman: (zo schijnheilig als de pest) Zou je die er ook nog even uit kunnen halen?
Ik: Is dat echt nodig (behoorlijk gefrustreerd)?
Douaneman: Ja meneer, wij doen ook alleen maar ons werk.

What’s next? Moet ik ook al mijn filters, schoonmaakdoekjes en opzetstukjes in een apart bakje leggen? Wat is dan de functie van een cameratas?

Toen ik klaar was, had ik maar liefst zeven (!) bakjes gevuld. Met twee stuks bagage vind ik dat toch best knap…

Nadat een vrouw geërgerd meldde dat ze me al drie keer had geroepen om door het poortje te lopen (nooit gehoord, ik was met haar stomme collega bezig) en er natuurlijk één bakje op de ‘potentieel gevaarlijke’ band terechtkwam, was ik er helemaal klaar mee.

Ik begin steeds meer te geloven dat de douane alleen maar bestaat om de burger te pesten. Zo hebben ze, volgens een goed beargumenteerd filmpje van Adam Ruins Everything, nog nooit een terroristische aanval gestopt.

Genoeg gezeik voor een mooie zaterdag. Volgende week ga ik weer door de douane. Ik ben benieuwd hoe mijn frustraties zullen zijn…


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share

Eigenlijk zijn e-bikes gewoon doping – column #9

Leestijd: 2 minuten

De elektrische fiets, afgekort de e-bike, lijkt het perfecte compromis te zijn tussen het gemak van de auto en de rust van de fiets. Allemaal leuk en aardig, maar mij zit dat ding erg dwars.

Allereerst: ik ben een ‘normale’ fietser (zonder e-bike) en dat bevalt me prima. Fietsen is een heerlijke bezigheid: de vogeltjes fluiten, de wind staat in je gezicht, je geniet van de omgeving, en zo kan ik nog ontelbaar meer redenen bedenken waarom iedereen zou moeten fietsen.

Maar… er zijn ook momenten waarom mijn fietstochtje een stuk minder leuk is: wind en regen. Het zijn juist die momenten waarop e-bikes mij mateloos ergeren.

Stel je voor: het waait. Wind tegen. Je moet hard trappen om vooruit te komen. Je trapt… en je trapt. Het kost veel energie, maar het heeft ook resultaat: je komt vooruit. Opeens wordt de wind nog sterker, je moet nog harder trappen, het zweet staat op je voorhoofd…

En op dat moment halen twee bejaarden je van achteren in. Op e-bikes, waardoor ze totaal geen last van de wind hebben.

Ik vind het niet eerlijk, iedereen is immers gelijk, toch? Waarom moet IK in de regen en de wind wel knokken, terwijl de e-bikebezitters vrolijk met 25 kilometer per uur over de weg glijden? Is dat niet een beetje tegen de spirit of sport?

Daarom beschouw ik sinds kort de e-bikes als doping (‘een middel om sportprestaties te verhogen’ – Wikipedia) en vind ik dat de elektrische fietsen geen ‘fietsen’ meer mogen heten. Ze zijn NIET representatief voor het harde werken van alle mensen die dag in dag uit zwoegen om van A naar B te komen, door weer en wind.

Red de oude, vertrouwde fiets!


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share

Engels verziekt onze taal – column #8

Leestijd: 2 minuten

Je kunt er tegenwoordig niet meer omheen: saven, downloaden, e-mail. Steeds meer Engelse woorden sluipen binnen in de Nederlandse taal en cultuur. Dat is een groot probleem. Als we niet oppassen is het Nederlands binnen één eeuw verdwenen.

De jeugd van tegenwoordig, en daar hoor ik zelf ook bij, kan geen zin meer zonder Engels woorden formuleren. Als je erover nadenkt, is dat eigenlijk belachelijk: niemand praat toch twee talen door elkaar?

Wie is verantwoordelijk voor deze taalverloedering?

De meeste mensen zullen opspringen en meteen roepen: “De Amerikaanse films, games en influencers.”

Ze hebben helemaal gelijk, maar ik denk niet dat je zomaar de schuld van je af kunt schuiven. Ik denk dat het onderwijs misschien wel de grootste reden is dat we massaal Engels en Nederlands combineren.

Bijna alle technische studies in Nederland hebben vandaag de dag de voertaal Engels. Dat is niet om de Nederlandse student te pesten, maar omdat het ‘goed is voor de kwaliteit van het onderwijs‘. Ik kan me niet voorstellen dat het ‘goed’ is om je eigen moedertaal zomaar aan de kant te schuiven. We zijn toch trots op het Nederlands, of niet soms?

Het hoogtepunt van mijn frustratie was bereikt tijdens het Grote Dictee van mijn school. Traditioneel is het Dictee de gelegenheid voor mijn school om de NEDERLANDSE kennis van de leerlingen te testen. Vorig jaar viel dat ‘Nederlands’ vies tegen: er was maar liefst één hele alinea gewijd aan Engelse leenwoorden. De sectie Nederlands helpt gewoon mee aan de taalverloedering!

Kortom: we moeten onze Nederlandse taal beschermen. Share en like daarom dit artikel, subscribe op mijn nieuwsbrief en upload je reactie op dit topic naar de servers van Weblog van Stach!


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share

“Goede keuze, meneer” – column #7

Leestijd: 2 minuten

Een paar weken geleden gingen mijn vader en ik lunchen om mijn overgang naar 5 vwo te vieren. Nog voordat we onze stoelen hadden aangeschoven, stond er een ober klaar om onze drankbestelling op te nemen. 

Het was zo’n vreselijk enthousiaste ober. Ken je dat type? Het zijn de mensen die de hele tijd grapjes maken, veel te veel vertellen en je constant op je zenuwen werken.

Die dag had ik dus weer eens zo’n figuur te pakken, maar… niets kon de vrolijke sfeer verpesten, dacht ik.

Ik bestelde “een trio van broodjes“.

Een normale ober voert rustig de bestelling in op zijn telefoon. Deze ober was echter iets anders van plan.

“Goede keuze, meneer.”

Ik had moeite om mijn lach te verbergen. Sowieso vind ik het altijd hilarisch als ik “meneer” word genoemd, maar dat was deze keer niet het enige. “Goede keuze“, alsof ik mijn beslissing nog zou aanpassen aan de hand van wat hij mij vertelde. Zou hij per slot van rekening ooit zeggen: “Dat is een smerig, goor en belabberd gerecht meneer. Probeert u eens wat anders“?

Het trio van broodjes was overigens heerlijk

Ondanks mijn frustraties over deze hyperenthousiaste obers, denk ik dat ze absoluut wat bijdragen aan de sfeer in het restaurant. Túúrlijk, als gast zit je niet altijd op vrolijke opmerkingen te wachten, maar zou je dan liever een lul-de-behanger met een grafgezicht willen hebben? It’s up to you…


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share

Fitness niet goed voor mentale gezondheid (deel 2) – column #6

Leestijd: 2 minuten

Vorige week schreef ik een column over ergernissen in de sportschool, maar aan driehonderd woorden heb ik écht niet genoeg om al mijn frustraties te uiten. Daarom vandaag: deel 2.

Na het overleven van de vieze kleedkamer, het verplichte gesprekje en de oorverdovende muziek loop ik naar de loopband. Ik ga erop staan, neem diep adem, en zet mijn handen op de metalen hartslagplaatjes.

Ik trek ze er meteen weer vanaf. Het plakt, het is nat, het is goor.

Zweet.

Mijn voorganger had niet de moeite genomen om het apparaat schoon te maken. Heel fijn. Ik stap van de loopband af. Optie twee: de hometrainer. In mijn sportschool hebben we er twee. Een van de twee is kapot, dus die valt meteen af. De andere is een goede optie voor een vlugge warming-up.

Ik loop naar de andere hometrainer en op dat moment zie ik dat er een handdoek en een bidon bij het apparaat staan uitgestald. De eigenaar is in geen velden of wegen te bekennen.

Dilemma: moet je alles eraf gooien of sla je dat onderdeel over?

Ik kies meestal voor het laatste, om confrontatie met medesporters (a.k.a awkward gesprekken) te voorkomen. Andere sporters hebben daar minder problemen mee: het gebeurt me regelmatig dat na mijn eerste setje (van de drie) een knaap van twee meter en honderd kilo voor me komt staan om te vragen of ik al klaar ben.

Natuurlijk niet lul. Bemoei je lekker met je eigen zaken.

Kortom: de sportschool brengt een hoop obstakels met zich mee, maar zorgt ook voor een boel leesvoer op Weblog van Stach. En het is nog gezond ook 😉


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share

Fitness niet goed voor mentale gezondheid – column #5

Leestijd: 2 minuten

De sportschool is een plek waar vele mensen hun spieren kweken, hun conditie perfectioneren en hun shakes achterover slaan. Ruim 21 procent van de Nederlanders gaat wekelijks naar de sportschool. Redenen genoeg om een column te wijden aan ergernissen in de fitnessclub.

Mijn ergernissen beginnen al meteen bij binnenkomst. De muziek knalt regelmatig LOEIHARD door de speakers. Schoolfeesten zijn er niets bij.

Goede muziek? Ho maar.

De eerste de beste afspeellijst met “best sports music” staat op: allemaal bass-boosted nummers die niet meer te herleiden zijn aan het origineel. Wat een cultuurbarbaren!

Vervolgens loop ik naar de kleedkamer. De kans is, ongeveer, dertig procent dat ik een halfnaakte man aantref als ik de deur openruk en in twintig procent van de gevallen heeft er iemand een grote boodschap gedaan. Dat ruik je.

Ik kleed me meestal zo snel mogelijk om. Puur en alleen om vragen van medesporters te voorkomen. Ik heb nog nooit een ander gesprekje gevoerd dan dit:

Ik: “Hoi.” (puur uit beleefdheid)
Andere fitnessgoeroe: “Hé man. Lekker getraind vandaag?”
Ik: “Om eerlijk te zijn, ik moet nog beginnen.” (dus… laat me met rust)
Andere fitnessgoeroe: “Oh… wat ga je vandaag trainen.”
Ik: (heb werkelijk geen flauw idee) “Beetje buik, armen, standaard.”
Andere fitnessgoeroe: “Dat doe je wel vaker hè?”
Ik: “Zeker.” (en nu oprotten alsjeblieft)

Na deze zeer productieve woordenwisseling loop ik naar de kluisjes. Het eerste kluisje dat ik openmaak, zit altijd vol met kleding. Onbegrijpelijk dat mensen niet de moeite nemen om hun kluisje op slot te doen.

Het tweede kluisje stinkt, maar bij het derde kluisje heb ik geluk: die is leeg…

Zoveel ergernissen, en ik ben nog niet eens begonnen aan de warming-up.


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving. 

Share

Verschrikkelijk vershoudfolie – column #4

Leestijd: 2 minuten

Vershoudfolie. Het wondermiddel voor het conserveren van producten? Ik denk het niet! Dit zijn drie redenen waarom ik een hekel heb aan dat spul.

1. Het kleeft

Dit is mijn grootste bezwaar als het gaat om vershoudfolie: ik krijg het niet fatsoenlijk van A naar B. De kleverige, plastic substantie grijpt iedere kans om vast te plakken aan alles behalve het product dat ik wil verpakken. Het gebeurt mij dagelijks: na een scheldkanonnade van twee minuten (omdat ik het niet van de rol af krijg), “klapt” het folie dubbel en kan ik weer opnieuw beginnen.

2. Teveel of te weinig

Verder pak ik nooit precies de juiste hoeveelheid vershoudfolie. Het is in eerste instantie vaak te weinig. Met een beetje draaien en meten, merk ik al gauw dat het écht niet past. Plasticje in de prullenbak, en weer opnieuw afscheuren. De tweede keer pak ik veel te veel natuurlijk, dat lijkt overdreven, maar dan zit ik in elk geval goed.

3. Geen functie

Vershoudfolie is eigenlijk nutteloos. Op internet zijn er meerdere fora te vinden waar men praat over vershoudfolie. Het blijkt dat je veel beter aluminiumfolie kunt gebruiken. Dat heeft hetzelfde effect, maar is makkelijker te gebruiken. Enig nadeel is dat het moeilijker is om vochtige substanties af te dekken, maar dat neem ik graag voor lief.

Kortom: tijd om alle rollen vershoudfolie uit mijn huis te knikkeren. Nooit meer gedoe met kleverige folies, ik teken ervoor! Mijn advies: stap over op bakjes met deksels. Herbruikbaar en daarmee erg duurzaam.

Wie doet er mee?


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving. 

Share

Meer! Meer! Meer! – column #3

Leestijd: 2 minuten

De vorige twee columns hebben één ding gemeen: het is de schuld van fabrikant. Dat is niet altijd waar. Tijd om wat recht te zetten.

Vandaag wil ik het hebben over nutteloze innovatie.

Ik beschouw een vinding nutteloos als hij aan één van de volgende eisen voldoet:
1. Het product heeft geen toegevoegde waarde;
2. De wereld/technologie is nog niet klaar voor het product.

Even een voorbeeldje: Samsung met zijn opvouwbare telefoon. De verkoopdatum van de telefoon is uitgesteld, omdat het principe niet goed werkte. De technologie was er nog niet klaar voor. Nutteloze innovatie.

Voorheen gaf ik altijd de schuld aan de producent. Hij maakt immers het product. Echter, zo werkt het niet in de economie. Het is een kwestie van vraag en aanbod. Je kunt het dus ook andersom bekijken: wij, de mensen, blijven interesse tonen in nieuwe dingen en dus blijven fabrikanten ze produceren.

Neem nou 5G. Wat kan je daar eigenlijk mee? Ja… je kunt een film van een paar gigabyte binnen één minuut downloaden. Resultaat: je jast, in een fractie van een seconde, je hele bundel erdoorheen. Ben je er dan nog zo blij mee?

Tegenwoordig willen we die producten alleen maar, omdat ze nieuw zijn. In de huidige wereld is nieuw meteen hip en cool. Iedereen wil erbij horen. Eigenlijk is het een logische oorzaak.

Kortom, de volgende keer als je wat koopt, denk dan na over het product. Heb je het echt nodig? Is het beter dan wat je al had? Je hebt niet altijd iets nieuwers nodig, soms moet je blij zijn met wat je hebt.


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving. 

Share

Ongevraagde updates zijn ongevraagde problemen – column #2

Leestijd: 2 minuten

Stel je voor: je zit rustig op een bankje in de zon. Plotseling komt er een opdringerige ijsverkoper voor je staan. Hij geeft je een ijsje, zonder dat je daarom gevraagd hebt, en laat je maar liefst tien euro aftikken. Als hij weg is, proef je het ijsje. Het smaakt vreselijk.

Voel je je genaaid?

Tuurlijk.

Dit beschouwen wij als abnormaal en gelukkig gebeurt het ook niet… zou je denken, want in de wereld van de computerprogrammamakers is dit de normaalste zaak van de wereld.

De Huawei-ban, je hebt er vast wel van gehoord. Binnen een korte tijd mag Google geen software meer leveren aan Huawei. Gevolg: Huawei voert in een korte termijn extreem veel updates door.

Ik maakte het een paar dagen geleden mee. De update voor Android 9 op mijn smartphone. “Leuk”, dacht ik. “Weer een boel nieuwe functies en een hoger getalletje is altijd goed, toch?”

Android 9 op mijn smartphone

Die gedachte was snel verdwenen. Kijk bijvoorbeeld eens naar de icoontjes: vreselijk! En om maar te zwijgen van de meldingen, die kan je in Android 9 niet meer goed uitklappen. Ik zie alleen nog “U hebt twee ongelezen berichten”, maar de inhoud is niet meer in de melding zichtbaar.

Is dit een probleem? Ja, dit is een groot probleem. Ik moet minstens twee keer zoveel tijd besteden aan het snel lezen van mijn nieuwste appjes. En vergeet het overzicht niet: dat ben ik kwijt.

Tot slot heb ik hier natuurlijk nooit om gevraagd. En die ijsverkoper is hem natuurlijk al lang gepeerd!

Uiteindelijk zijn de icoontjes gerepareerd, maar de meldingen tot op de dag van vandaag nog niet.

Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving. 

Share