Rare verjaardagstradities – column #27

Leestijd: 2 minuten

Verjaardagen zijn niet alleen het toppunt van social awkwardness (help, allemaal vreemde mensen!), maar er zijn ook een hoop rare tradities te vinden. Hoog tijd om die verjaardagsgewoontes eens van dichtbij te bekijken.

Je komt binnen en nog voordat je de drempel over bent, begint het al: een of andere tante feliciteert je met ‘de jarige’. Dat is al idioot. Jij bent toch niet jarig? Nee, de jarige is jarig. Die moet je feliciteren. Geen random gozer die alleen maar komt voor het drinken en de taart.

Bovendien: feliciteren met ‘iemand’ lijkt me niet goed Nederlands. Je feliciteert iemand die een belangrijke sportprestatie heeft geleverd, iets goeds voor de maatschappij heeft gedaan of een mooi resultaat met een spreekbeurt heeft geboekt. Niet omdat iemand toevallig iemand anders kent die op dat moment jarig is. “Gefeliciteerd met je neef!” Wat heb ik eraan gedaan dat die neef vandaag jarig is?

Als je de felicitaties hebt overleefd, ben je er nog lang niet. Die tante verwacht ook nog een zoen. En als het even kan, zelfs drie. Ook iets wat ik volkomen onbegrijpelijk vind: zoenen is een heel intiem iets, je moet niet iedere willekeurige gast op een verjaardag zo dicht bij je laten komen en al helemaal niet een tante die je hooguit twee à drie keer per jaar spreekt. Nee, doe mij maar liever een stevige handdruk.

Overigens heb ik van dat laatste echt een sport gemaakt. Het blijkt bijzonder lastig te zijn om iemand anders te dwingen tot het schudden van je hand. Mijn oplossing is het nemen van initiatief: zo ver mogelijk je arm vooruit duwen en alvast een kleine, schuddende beweging maken. Geen tante die dan nog met je wil zoenen…


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

 

Share

Vuurwerk: best gekke traditie eigenlijk – column #26

Leestijd: 2 minuten

Vroeger een methode om boze geesten te verdringen, nu een smoes om de innerlijke pyromaan in je naar buiten te laten treden. Ik heb het natuurlijk over gillende keukenmeiden, rokende rotjes en peperdure potten. Als je erover nadenkt, is vuurwerk best een gekke traditie…

“Nederlanders knallen voor 70 miljoen euro aan vuurwerk de lucht in”, was de kop van De Volkskrant op 31 december 2018. De precieze cijfers van 2019 zijn nog niet bekend, maar afgelopen jaarwisseling zaten we, volgens schattingen, zeker boven de 77 miljoen. Voor 35 euro koop je tegenwoordig best een leuk vuurwerkje. Je steekt het af, kijkt naar boven, en geniet hoe in twintig seconden letterlijk en figuurlijk je geld wordt verbrand. Leuk? Naar mijn mening pure geldverspilling!

Als de klok twaalf uur slaat, geniet ik van de prachtige vuurzee die de hemel verlicht. Mijn liberalistische onderbuikgevoel knaagt: eigenlijk geniet ik van de buitensporige uitgaven van andere mensen, zonder dat ik daarvoor iets teruggeef. Voorstanders van vuurwerk zullen zeggen: “Dat is toch mooi? Dan kan iedereen feesten en van het vuurwerk genieten!” Ik vind het de definitie van het freeridersprincipe en daar ben ik stiekem behoorlijk tegen.

Bovendien weten we allemaal dat vuurwerk slecht is voor het milieu, de mens en de maatschappij. Kunnen we er niet gewoon allemaal mee stoppen? Boze geesten kun je immers ook verjagen op een tal van andere manieren (als ik de 84.300 resultaten op Google mag geloven).


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share

Gooi die goede voornemens in de prullenbak! – column #25

Leestijd: 2 minuten

Het is bijna 2020 en dat betekent dat de goede voornemens me weer om de oren vliegen. Stoppen met roken, minder snacken en meer naar de fitness: ik word er knettergek van en hier is waarom:

Ten eerste: het lukt toch nooit. Uit onderzoek is gebleken dat het mensen slechts in acht (!) procent van de gevallen lukt zich aan het goede voornemen te houden. Bovendien stoppen de meeste mensen na twaalf dagen al met het uitvoeren van hun nieuwe levensstijl. Lekker nuttig hoor…

Ten tweede: goede voornemens zijn niet reëel. Abrupt stoppen met sigaretten terwijl je een kettingroker bent? Maatje S passen terwijl je 140 kilo weegt? De meeste goede voornemens die ik hoor, slaan helemaal nergens op. Vaak beseffen de mensen die de voornemens maken dat ook, en daarom doen ze, als puntje bij paaltje komt, niet eens meer moeite.

Ten derde: reële voornemens zijn lame. Twee keer per week naar de sportschool is plaats van één klinkt een stuk reëler. Maar ja, dat is niet zo cool als veertig kilo afvallen. Gevolg? Je gaat voor de ‘veertig kilo’, stopt na twee weken ‘omdat het toch niet gaat lukken’ en hebt niets in je leven bereikt.

Eigenlijk hebben we die goede voornemens niet nodig. Wees gewoon jezelf en wees blij met wie je bent. Dat voorkomt teleurstellingen én zorgt voor betere gespreksstof dan: “Nee, mijn goede voornemen is ook mislukt.” Kortom: neem je dit jaar voor om geen goede voornemens te bedenken!


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share

E-mailetiquette – column #24

Leestijd: 2 minuten

Situatie: ik heb een mailwisseling met iemand. We hebben een afspraak gemaakt en het laatst gestuurde mailtje bestaat uit nog maar één zin: “Dat is prima hoor, zie je op x om y uur”. Moet je dan nog een mailtje terugsturen? “Oké?” Is dat niet een beetje kort voor een e-mail?

Sinds kort heeft iedereen de e-mailweg naar mij gevonden en beantwoord ik dagelijks tientallen mailtjes. De bovenstaande situatie kom ik vaker tegen dan mijn leven lief is. Ik zocht op Google naar een ‘e-mailetiquette‘: 156.000 resultaten. Klaarblijkelijk ben ik niet de enige die wil weten hoe je een mailtje hoort te schrijven…

Ik baande mijn weg door ‘regels’ over aanheffen, grapjes en bijlagen, maar vond het antwoord op mijn vraag niet. Overigens, een geestig dingetje dat ik vaak tegenkwam was:

“Maak er een gewoonte van om eerst je bijlage toe te voegen voor je je mailtje schrijft. Zo voorkom je dat je een tweede mail moet sturen met ‘Sorry, bijlage vergeten’.”

Herkenbaar, maar ik heb het antwoord op mijn probleem nog niet gevonden. Ik ben van mening dat ik iedere soortgelijke situatie op dezelfde manier moet oplossen, dus daarom leg ik hier en nu mijn (nieuwe) werkwijze uit:

Ik stuur van nu af aan gewoon dat mailtje met “oké” terug. Hoe pietluttig of klein ook, het is voor de ontvanger prettig om te weten dat zijn mailtje in goede orde is ontvangen, gelezen en begrepen. En bovendien, wat maakt dat ene mailtje extra nou uit?


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share

Irritante enquêtes – column #23

Leestijd: 2 minuten

Drie weken geleden gaf ik op school aan deel te willen nemen aan een groot stressonderzoek van de Universiteit van Amsterdam. “We sturen je zo’n drie keer een mailtje met een vragenlijst en de korte enquêtes duren maar één minuutje hoor…”

Inmiddels zit ik op tien mailtjes, en als je even geen tijd hebt om een vragenlijst in te vullen, sturen ze je anderhalf uur later een herinneringsmailtje. Super irritant.

Maar… alles voor het onderzoek. Toch?

De vragen zijn WAAR-DE-LOOS. “Heb je tijdens het leren aan wiskunde nagedacht over je toekomst?”

Helemaal niet.

“Oké. Hoe prettig waren die gedachtes?”

Werkelijk waar: deze enquêtes zijn onnuttig en onnodig, maar dat is niet het enige waar ik me aan erger. Ik begin het zinnetje “Vul dit even in, kost maar vijf minuutjes!” echt te haten. De vragenlijst is namelijk nooit klaar in ‘vijf minuutjes’. Bij dit soort enquêtes ben je regelmatig twintig minuten bezig.

Helaas zijn de enquêtes van het stressonderzoek niet de enige vragenlijsten die ik binnenkrijg. De mens lijkt de traditionele enquête te hebben herontdekt: een vragenlijst voor een profielwerkstuk over sportblessures (nooit gehad) of een onderzoek naar het online shoppen met als laatste vraag: “Vind je het jammer dat veel winkels failliet gaan?” Alsof iedereen spontaan sentimenteel zou moeten worden en meteen naar de kruidenier op de hoek moet rennen om twaalf worsten te kopen…


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share

Hoe ver mag beveiliging gaan? – column #22

Leestijd: 2 minuten

Twee weken geleden kocht ik een nieuwe broek. Toen ik hem paste, ging er een scherpe steek door mijn been. Ik deed de broek uit en zag dit:

De security tag, je weet wel: dat witte ding, was losgeraakt en de scherpe punaise die erin zat, had geen moeite met het maken van een indrukwekkende snee. Dit voorval zette me aan het denken: hoe ver mag je gaan om iets te beveiligen?

Camera’s vind ik geen enkel probleem: ik heb er geen last van, en bovendien, ze doen niemand kwaad. Bij detectiepoortjes ligt het iets ingewikkelder: normaal gesproken heb ik daar ook geen last van, maar het komt regelmatig voor dat een caissière ‘vergeet’ de beveiliging eraf te halen of de techniek me simpelweg in de steek laat. Gevolg: het alarm gaat af en iedereen in de winkel kijkt me aan. Vet awkward.

Maar de witte security tag vind ik absoluut het ergste. Dat ding zit ALTIJD in de weg en klaarblijkelijk schieten de tags vrij makkelijk open. Nog een klein dingetje: de tag schijnt makkelijk verwijderbaar te zijn. Al met al zie ik nog geen voordelen… waarom gebruiken winkels dit middel massaal?

Antwoord: omdat er niets beters is. Er bestaat geen goedkope, robuuste manier om een kledingstuk te beveiligen. En dat terwijl we in de 21e eeuw leven. Beetje treurig, nietwaar? Ik heb het inmiddels geaccepteerd: voorlopig zitten we nog aan de security tag vast. Controleer dus, vóórdat je een broek past, of de tag goed vastzit!


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share

Wat vakantie doet met je biologische klok – column #21

Leestijd: 2 minuten

De oplettende lezer had het vorige week ongetwijfeld opgemerkt: er was geen column verschenen! Hoe dat komt? Vorige week was het vakantie. En vakantie doet wat met je biologische klok…

Ken je het gevoel dat je op een dag een heleboel moet doen, maar in plaats van dat je het werk eerlijk verdeelt, je alles uitstelt tot het laatste moment? Ik wel: huiswerk kan prima om 17:00 uur, naar de sportschool in de avond en mijn tas inpakken doe ik morgenochtend wel. Uitstelgedrag.

Terug naar de vakantie. Ik heb zeeën van tijd en stel daarom alle belangrijke dingen uit tot het laatste moment. Op dat moment verlies ik iedere vorm van regelmaat en daar kan je biologische klok niet zo goed tegen. Gevolg: ik weet niet eens meer welke dag het is!

Vorige week zaterdag dacht ik dat het vrijdag was. Laat staan dat ik me kon herinneren dat ik een column moest schrijven voor Weblog van Stach. Zondag, daarentegen, kwam het even in me op, maar ik stelde het uit en beloofde plechtig dat ik het maandag zou doen.

Maandag kwam het er ook niet van.

Ga ik het de volgende keer anders aanpakken? Ga ik een vakantieplanning maken? Absoluut niet! Ik weet hoe planningen werken: ze kosten extra tijd en in de praktijk houd je je er toch nooit aan. Nee, ik blijf een uitsteller. En stiekem ben ik daar best trots op!


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share

Mailtjes met uitroeptekens – column #20

Leestijd: 2 minuten

Sinds docenten het ‘hogeprioriteitsuitroepteken‘ (dat rode ding) hebben ontdekt, kunnen ze er geen genoeg van krijgen. Hieronder zie je de laatste vijf mailtjes die via Magister zijn verstuurd. Kijk ook even naar de hoeveelheid uitroeptekens: dat is toch niet meer normaal…

Allereerst: ik vermoed dat docenten denken dat mailtjes met een rood uitroepteken sneller worden geopend. Niets is minder waar. Uitroeptekens zorgen niet voor bijzondere meldingen of pop-ups. Hoe snel een mailtje wordt gelezen, is compleet afhankelijk van de frequentie waarmee de ontvanger zijn e-mail checkt.

Ten tweede: als iedereen uitroeptekens aan mailtjes blijft toevoegen, verliest het uitroepteken zijn ‘let op!’-functie. Zoals je aan mijn ontvangen mailtjes kunt zien: vier docenten, van de vijf, vinden dat hun berichten de hoogste prioriteit hebben. Als iedereen dat denkt, heeft het uitroepteken over een paar maanden geen waarde meer. Ontvanger zullen er niet eens meer naar kijken.

En als je denkt dat dit alleen bij schoolmail voorkomt, heb je het mis. Ook in Gmail zitten prioriteitsfuncties ingebouwd: het gebruik van meerdere inboxen, of de gele pijltjes die ‘volgens de magische formules van Google’ kunnen zien of een mailtje belangrijk is. Overigens, in de praktijk markeren ze bijna ieder mailtje als ‘belangrijk’.

Dus: stop alsjeblieft met de uitroeptekens, tenzij het echt héél belangrijk is. En vergeet niet dat je bij dringende zaken altijd een belletje kunt plegen…


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share

Verdraaide cijfertjes – column #19

Leestijd: 2 minuten

Het gebruik van cijfers lijkt tegenwoordig de normaalste gang van zaken als je een debat of een discussie wil winnen. In Den Haag gooien ze elkaar dood met getallen en grafieken. Zijn die data wel zuiver? Vandaag neem ik je mee in de wereld van de verdraaide cijfertjes…

Allereerst: een cijfertje is een ontzettend sterk argument. Als je een betrouwbaar onderzoeksbureau kiest, zal niemand je vertellen dat je cijfertje niet klopt. Toch kun je een getal erger of minder erg laten ‘klinken’. Hoe? Zo:

“100.000 Nederlanders lijden aan suikerziekte. Er moet meer geld voor onderzoek komen.”
“0,6% van de Nederlanders lijdt aan suikerziekte. Meer geld is absoluut niet nodig.”

Door het ‘groot klinkende’ getal om te zetten naar een percentage, lijkt het opeens niet meer zoveel. De laatste tijd wordt dit steeds vaker gebruikt. Super irritant, tegenwoordig ben ik achterdochtig bij ieder cijfertje. Ik kijk daarom altijd naar het grotere geheel: wat betekent dat cijfertje nu écht?

Het ‘anders noemen van getallen‘ is niet het enige waar ik me aan erger. Vertekenende grafieken zijn een veel groter probleem…

Neem deze grafiek: groot verschil tussen 2018 en 2019, nietwaar?

Nee dus.

In werkelijkheid hoort bij 2018 de waarde 200.000 en bij 2019 de waarde 201.000. Dat is bijna geen verschil, maar toch doet de grafiek alsof de sprong gigantisch is.

Hoe komt dat?

De y-as begint niet bij nul. Daardoor mis je het hele totaalbeeld. Dit is een correcte grafiek van de situatie:

Hebben mensen dit soort trucs dan echt nodig om hun gelijk te krijgen? Waar is het zuivere debat gebleven?

Tot slot: natuurlijk begrijp ik dat cijfers onmisbaar en essentieel zijn voor het debat. Maar gebruik ze met mate en gebruik ze vooral goed. Een zuiver debat is immers het belangrijkste dat er is…


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share

Buienradars helpen je van de regen in de drup – column #18

Leestijd: 2 minuten

Het is slecht weer: ieder uur minstens drie buien, het waait en het is ijskoud. Terwijl het miezert, bedenk ik dat ik over één uur een belangrijke afspraak hebt. Ik wil écht niet drijfnat bij de afspraak aankomen en dus check ik een buienradar. De site vertelt me ‘dat het over vijftien minuten droog is’…

Maar vijftien minuten later regent het nog harder. Als ik nu niet wegga, kom ik te laat. Op de fiets vervloek ik de buienradar: “Waarom kan dat stomme ding nooit eens fatsoenlijk het weer voorspellen?”

Ik ben absoluut niet de enige met dit probleem. Volgens de zoekresultaten in Google vragen ten minste 111.000 mensen zich af ‘waarom de buienradar niet klopt’. Ik geef ze volkomen gelijk: als het bij mij regent, zegt de buienradar dat het droog is en andersom.

De grootste buienradar van Nederland, Buienradar.nl, geeft uitleg over de correctheid van de radar:

Ondanks de grote hoeveelheid jargon snap ik het artikel wel: ze geven toe dat hun voorspellingen niet altijd accuraat zijn. Best raar: dagelijks vertrouwen miljoenen mensen op buienradars, maar eigenlijk geven de radars zélf toe dat ze helemaal niet goed werken…

Ik snap dat niet iedere bui precies te voorspellen valt, maar de buienradars zitten er wel erg vaak naast. Misschien moeten we, in dit geval, de technologie aan de kant schuiven en vertrouwen op onze eigen ogen. Kijk de volgende keer dat je naar buiten moet omhoog in plaats van op je schermpje!


Stach Redeker is in het dagelijks leven student, lifehacker en blogger. Geïnspireerd door de lessen Nederlands en door een artikel van Schrijverspunt schrijft hij elke week een column over (super)kleine ergernissen in de samenleving.

Share